Lieve, schattige, rare, arme, Teun,

Stinkend en geel heb ik, ondanks MS, Teun de trap op getild.

Ik heb haar onder de douche gezet en gewassen met het enige dat voorhanden was, babyshampoo.
Dat ze dat zomaar toeliet, zo wonderlijk, geen grom, geen blaf helemaal niks gewoon lekker onder de douche, weer wit worden.
Lief was ze maar niets gewent, aan de lijn lopen was een hele onderneming omdat ze halverwege ging zitten, met veel pijn en moeite kreeg haar dan weer in beweging , tot het pad naar de tuin, dan bleef ze stokstijf zitten en moest ze het laatste stuk gedragen worden.
Om het wennen aan een huis en een warme mand zo gemakkelijk mogelijk te maken, liepen we steeds het zelfde rondje, heel vaak op een dag.
Het meest bijzondere aan deze gekke lieve Bulgaarse straatslet ( ze had net vier pubs gehad) was wel dat ze niets lustte, geen droge brokken geen natte brokken, alleen Bonzo met brood, dat ging er wel in.
Ook ontdekten we dat ze een uitstekende klimmer was, zo vonden we haar op het plein naast ons huis terwijl het tuinhek gewoon dicht zat.
Ons aanpassend aan onze nieuwe huisgenote maakte Marijn een begin met bouwen van een hogere schutting om de tuin heen, hadden we een tuigje besteld om het uitlaten veiliger te maken en waren er blikken vol met overheerlijk vlees onderweg.
Wat waren we blij met haar, opslag verliefd op dit rare beest, soms sprong ze tegen je op om een extra aai of knuffel te bemachtigen.
Des te erger was het dat we nooit hebben mogen mee maken wat er van haar zou zijn geworden als ze lang bij ons was geweest.
Het noodlot sloeg toe op dinsdagavond, twee dagen nadat we haar hadden opgehaald, na het eten wilden we haar nog een keer uitlaten, waarschijnlijk schrok ze van de schutting in aanbouw en rukte zich achterwaarts uit haar halsband en zette het op een rennen.
De hele avond, in de stromende regen hebben we gezocht, een keer zag ik haar rennen over een veld toen ik haar riep rende ze zo langs me heen, te kort bij ons om te hechten.
Wij hoorden bij haar, zij nog niet bij ons.
De volgende ochtend kregen we telefoon, de dierenambulance was bij een hond waarvan de chip op ons adres geregistreerd stond, of we konden komen naar een kleine spoorwegovergang.
En daar in de ambulance lag Teuntje, werkmannen hadden haar tussen het spoor weggehaald en de ambulance gebeld, ik ben bij haar achterin gestapt en meegereden naar de dierenarts. Helaas was de schade te groot en moesten we haar laten inslapen, ze drukte haar neus in mijn hand en ook nu geen grom geen piep helemaal niets. Alleen maar daaaag, wat verdrietig dat we niet langer van elkaar hebben mogen genieten.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *